Afbeelding
Observaties van Henk Neddermeijer

Gelijk hebben kost ruimte

Column 31 keer gelezen

Op het verkeersplein aan de Beijerincklaan staat een reusachtige eend. Beton, geen veren. Mascotte van Park Triangel. Hij kijkt elke ochtend neer op hetzelfde tafereel.

Tien voor half negen. Beneden hem beweegt niets meer. Een vader kijkt op zijn horloge. Achter hem een bus met scholieren. Voor hem een fietser op het zebrapad - voorrang. Naast hem een bestelbus die naar Den Haag wil. Niemand doet iets fout en toch komt niemand vooruit.
De forens wil op tijd in Den Haag zijn. Mag. De ouder wil zijn kind veilig afzetten. Mag. De fietser heeft voorrang. Mag. De voetganger ook. Mag. Allemaal waar. Allemaal tegelijk. Op één plein. En op het volgende. En op het volgende. De Beijerincklaan heeft er drie. Bij elk plein een school.

Een verkeersplein heeft heldere regels. De zebrapaden hebben voorrang. De fietspaden hebben voorrang. Het verkeer op het plein heeft voorrang op het verkeer dat erop wil. Iedereen weet wat hij moet doen. Iedereen doet het ook. Daarom werkt het niet.

Artikel 5 van de Wegenverkeerswet verbiedt gedrag dat andere weggebruikers hindert. Het kapstokartikel, heet dat. Voorrang verlenen valt daar niet onder. Dat heet beschaving. Maar in de spits hebben beschaving en hinder dezelfde uitkomst. De vader is beleefd tegen de fietser en daarmee onbeleefd tegen de bus. De bus is beleefd tegen de bestelbus, en daarmee onbeleefd tegen iedereen erachter.

Het ontwerp ging uit van aannames. Optimistische. Dat de meeste auto’s één kant op zouden gaan, niet allemaal tegelijk vier kanten op. Dat niet iedereen zijn kind met de auto zou brengen. Dat Triangel ‘een dorpje’ zou blijven. Geen van die aannames haalde het. Niemand had het kunnen weten. De gemeente wist het wel. Bij de aanleg lag al geld klaar voor de verkeersgevolgen. Een potje, apart gezet. Het heette Bovenwijkse Voorzieningen. Het probleem was begroot voordat het bestond.

Wat rest zijn drie pleinen die netjes doen wat ze moeten doen. Iedereen volgt de regels. Iedereen heeft het recht aan zijn kant. Iedereen heeft evenveel gelijk.
Dat is het probleem. Gelijk hebben kost ruimte. De ruimte is op.

De vader doet iets met zijn stuur, schuiven - hij rijdt niet. De bestelbus staat al twee minuten op dezelfde plek. De scholieren zijn allang te laat. De fietser is overgestoken, gevolgd door de volgende, en de volgende. Het zebrapad is geen oversteek meer maar een sluis.
De gemeenteraad heeft het besproken. Iedereen had gelijk.

Er is zelfs een Stichting Rotondes Waddinxveen. Die adopteert de pleinen, onderhoudt ze, plant bloemen, zet er een eend op. De opbrengst gaat naar een goed doel. Voor het aanzicht is gezorgd. Voor de doorstroming niet. Daar is geen stichting voor.

En dus kijkt de eend. Hij ziet het elke ochtend. Hij zegt niets. Hij hoeft nergens heen. Eén keer ontvoerd, door een Friese oudejaarsvereniging. Een week later stond hij weer op zijn plek. Het enige wat ooit van dit plein wegkwam, kwam uit vrije wil terug. 

Uit de krant