Afbeelding
Column Willem Maarten Dekker

Mag ik dan bij jou?

Column 250 keer gelezen

Van nature ben ik een weemoedig mens. Het besef dat alles tijdelijk is en van voorbijgaande aard, is sterk bij mij ontwikkeld. Ik houd dan ook van muzikanten die deze weemoedige snaar weten te raken. Die muzikanten zijn overigens in de Nederlandstalige pop goed vertegenwoordigd. Denk maar aan Guus Meeuwis. Veel van zijn liedjes zijn weemoedig, nostalgisch en melancholisch van toon. Er zit vaak iets van heimwee en mijmering in. ‘Dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht’. ‘Vrienden van vroeger’. Dat werk.

Zulke gevoelens overvallen mij ook nu ik dozen sta in te pakken voor de komende verhuizing. Onlangs bleek uit onderzoek van het CBS dat Nederlanders niet graag verhuizen. In 2024 verhuisde slechts 8 procent van de Nederlanders. En nog opvallender: de gemiddelde verhuisafstand was circa 18 kilometer. Is dat al niet bepaald veel, de helft van alle verhuizingen bleef ook nog eens binnen 4 kilometer. Dat wordt bevestigd door het beeld dat ik om me heen zie. Waddinxveners verhuizen wel eens, maar heel vaak binnen Waddinxveen. Naar dat grotere huis omdat ze goed geboerd hebben. De behoefte om te laten zien dat het je goed gaat zit diep.

Daarmee vergeleken is het predikantschap anno 2026 nog steeds een bijzonder beroep. Predikanten kopen geen huizen en verhuizen verder dan tien kilometer verderop. Dat heeft nog steeds iets van een tegendraads offer en zo ervaar ik het ook. Ik ben net als alle mensen van nature conservatief. Ik ben gehecht aan de buurt waar ik woon, aan de sociale omgeving waar ik in verkeer, aan de nabijheid van familie enzovoort. Ik gun mijn kinderen dat ze de school waar ze op begonnen ook kunnen afmaken en dat ze de vrienden die ze maken op de basisschool dertig jaar later nog op hun verjaardag krijgen. Ten diepste zou ik het liefste sterven in het huis waar ik ook geboren ben.

Het gaat helaas niet. Ik sta dozen in te pakken. Ik ga verhuizen naar Amersfoort. Ons hele leven gaat weer door mijn handen. Gelukkig heb ik in Waddinxveen langer gewoond dan ooit eerder: twaalf jaar. Het was goed. Maar nu gaan we weer verder. Ik draai Guus Meeuwis. ‘En ik loop hier alleen in een tè stille stad / Ik heb eigenlijk nooit last van heimwee gehad’. Jaja, geloof je het zelf? ‘Dat waren nog eens tijden / De hele zomer zon / En alles leek vanzelf te gaan / En bijna alles kon. / Dat waren nog eens tijden / Zo zorgeloos en vrij / 2 gulden voor een biertje / En jij, jij hield nog echt van mij’. Guus Meeuwis, de meester van de weemoed.

Lieve lezer, houd een kamertje voor me vrij, alsjeblieft. Een lege stoel, een logeerbed. En ga vooral niet verhuizen. Nooit meer dan 4 kilometer verderop.

Uit de krant