
Wijn thuis bewaren zonder kelder: zo doe je dat goed
Zakelijk-nieuws-landelijkWijn bewaar je het best op een plek met een koele en vooral stabiele temperatuur. En daar zit het probleem: de meeste huizen in Waddinxveen hebben zo’n plek niet. Een koele kelder is in nieuwbouwwijken zeldzaam, en de keukenkast of schuur is er niet geschikt voor. Gelukkig is dat op te lossen met een kast die de temperatuur voor je regelt. Welke kast dat moet zijn, hangt af van wat je met je wijn van plan bent.
Waarom de keukenkast en de schuur geen goede plek zijn
In de keuken schommelt de temperatuur flink. Het fornuis en de oven geven warmte af, en die schommelingen kunnen de smaak van wijn aantasten. De wijn kan daardoor sneller verouderen dan de bedoeling is, waardoor aroma’s verloren kunnen gaan voordat je de fles opent.
De schuur of garage lijkt koeler, maar is net zo wisselvallig. In de zomer loopt de temperatuur daar hoog op, in de winter kan het er juist koud worden. Over een exact aantal graden hoef je je overigens niet druk te maken: een stabiele temperatuur wordt over het algemeen belangrijker gevonden dan het precieze getal. Vaak wordt een bewaartemperatuur rond de 10 tot 14 graden geadviseerd.
Wijnkoelkast of wijnklimaatkast: het verschil
De twee termen worden vaak door elkaar gebruikt, maar ze zijn niet hetzelfde. Een wijnkoelkast brengt flessen op schenktemperatuur en houdt ze daar. Dat is handig voor wijn die je binnen afzienbare tijd opent, want je pakt een fles die direct op de juiste temperatuur is.
Wil je flessen langer wegleggen, dan is een wijnklimaatkast de logische keuze. Die is gemaakt om de omstandigheden constant te houden, zodat wijn rustig kan liggen zonder last te hebben van schommelingen. Goed om te weten: lang niet elke wijn wordt beter van bewaren. Veel wijnen zijn bedoeld om jong te drinken, al kunnen sommige flessen zich met de jaren mooi ontwikkelen. Vraag bij twijfel even na bij de wijnhandel waar je de fles kocht.
Ook met weinig ruimte kun je wijn goed bewaren
Je hebt geen halve bijkeuken nodig om je flessen fatsoenlijk weg te zetten. Heb je vooral wijn die je binnen een paar weken drinkt en weinig plek in huis, dan is een kleine wijnkoelkast al voldoende om een handvol flessen op temperatuur te houden. Zo’n compact model past op het aanrecht of in een nis en neemt nauwelijks ruimte in.
Groeit je verzameling, dan kun je later altijd nog overstappen op een groter model. Het is dus niet nodig om meteen groot in te kopen als je nu een stuk of tien flessen in huis hebt.
Waar je op let bij het kiezen
Een paar punten bepalen welke kast bij jou past:
Vrijstaand of inbouw. Inbouwmodellen zijn ontworpen om in een keukenmeubel te plaatsen. Een vrijstaand model heeft ruimte om zich heen nodig voor ventilatie, omdat de warmte anders niet weg kan en de kast harder moet werken, wat meer stroom kost.
Manier van koelen. Een compressorkast koelt zoals een gewone koelkast en houdt de temperatuur ook bij warm weer goed vast. Een thermo-elektrische kast koelt zonder compressor, via een elektrisch element. Die werkt stiller, maar kan in een warme omgeving minder goed koelen.
Extra’s per model. Niet elke kast heeft dezelfde mogelijkheden. Sommige modellen bieden bijvoorbeeld UV-werend glas, dat de wijn beschermt tegen licht, of meerdere temperatuurzones: aparte vakken met elk een eigen temperatuur, handig als je rood en wit op verschillende temperaturen wilt schenken.
Energieverbruik. Dat hangt onder meer af van het formaat en van de plek waar de kast staat. Kijk daarom naar het energielabel van het specifieke model.
Begin met tellen en meten
De keuze wordt een stuk makkelijker als je twee dingen weet. Tel eerst hoeveel flessen je gemiddeld in huis hebt en bedenk of je ze snel drinkt of langer wilt bewaren. Meet daarna de plek waar de kast moet komen, inclusief wat ruimte voor ventilatie bij een vrijstaand model. Met die twee gegevens vergelijk je gericht en koop je een kast die past bij je huis en bij je flessen.














