Afbeelding
Observaties van Henk Neddermeijer

Zicht is geen driehoek

Column 131 keer gelezen

Laten we beginnen met een compliment. Dat mag ook weleens. Op de hoeken van onze kruispunten wordt gemaaid. Het ongewenste kruid gaat daar netjes tegen de vlakte. Onkruid, heet dat officieel. Een hard oordeel voor iets dat alleen maar op de verkeerde plek staat. Hoe dan ook: fietser en automobilist zien elkaar weer aankomen voordat ze elkaar tegenkomen. Hulde.

Er is zelfs beleid voor, met een formulering om in te lijsten. In het Beleids- en beheerplan openbaar groen, ondertitel Gezond groen, staat: alle bermen worden ‘ecologisch gemaaid, tenzij’. Tenzij de verkeersveiligheid in het geding komt. Dan maait men extra. De plekken waar dat gebeurt, heten in vakjargon ‘uitzichthoeken’.

Uitzichthoek. Proef dat woord even. Geen uitzicht, geen blik, geen kind dat van rechts komt. Een hóek. En een hoek, dat weet iedereen die ooit wiskunde heeft gehad, kun je berekenen. Ergens in een maaibestek staat een driehoek getekend, met meters eraan: zoveel kilometer per uur op de weg, zoveel meter zicht, zoveel meter maaien. De maaier komt, de driehoek verdwijnt uit het gras, het vinkje verschijnt in het systeem. Klaar is Kees.

Maar Kees is helemaal niet klaar. Want zicht is geen driehoek. De vrachtwagenchauffeur kijkt over het kruid heen waar de fietsende scholier er dwars doorheen moet turen. De e-biker komt sneller aangezoefd dan de rekentabel ooit heeft vermoed. En de dame achter de rollator heeft een ander gezichtsveld dan de landmeter die de driehoek uitzette. Of het klopt, weet je pas als je het probeert.

Een voorstel: laat iemand van de gemeente af en toe een kruispunt afrijden. Met de auto. Met de fiets. Desnoods lopend. Niet allemaal, niet elke week. Gewoon steekproefsgewijs kijken of de driehoek op papier ook een uitzicht in het echt is. Dat kost uren, zeker. Maar één aanrijding op een dichtgegroeide hoek kost meer.

En nu we het over de berm hebben: biodiversiteit. Een woord dat op papier altijd wint. Wie kan er nou tegen bijen zijn? Niemand. Maar ondertussen staat half Waddinxveen van mei tot augustus te niezen, te snotteren en te druppelen, want al dat bloeiende gras is ook gewoon een pollenfabriek op wandelafstand. In de juichende stukken over bloeiende bermen komt het woord hooikoorts nergens voor. Elke goede bedoeling heeft een niezende buurman.

Laat die bermen vooral bloeien. Leven en laten leven. Maar wie in 2030 volledig ecologisch wil beheren, en dat is de ambitie, moet dat ‘tenzij’ serieuzer nemen dan een driehoek op een tekening.

Beleid kun je berekenen.

Zicht moet je zien.

Uit de krant