Afbeelding
Column Willem Maarten Dekker

Columnist op een dorp

Column 221 keer gelezen

Lieve mensen, het zit er bijna op. Nog één keer hierna, en dan zwaait uw columnist af. Ik wens mijn eventuele opvolger alvast veel wijsheid en geluk. Deze column gebruik ik graag om even terug te kijken, want columnist zijn op een dorp – dat is wat.

Toen mijn columnisterschap van start ging, wist ik niet precies waar ik aan begon en ook niet waar ik het over zou hebben. Ik was al wel eerder columnist geweest, zelfs al in het studentenblaadje van lang geleden. Blijkbaar heb ik er de genen voor. Maar columnist zijn voor een Hart van Waddinxveen is toch iets anders. Kan ik mijn dominees-pet voldoende afzetten? Ik dacht het wel, maar zou het echt? En waarover te schrijven? Als ik terugkijk, merk ik dat ik drie thema’s vooral heb vermeden. Ik heb de grote politieke en maatschappelijke vragen wel aangeraakt, maar ook niet meer. De ene reden daarvoor is dat het moeilijk is dat wel te doen en toch uit de polarisatie te blijven. En die polarisatie lijkt mij totaal zinloos. Dus ik heb maar weinig geschreven over PVV of FVD, over asielzoekerscentra of Gaza, over het Haags-, Washingtons- en Jeruzalems gekonkel. In de tweede plaats schreef ik weinig over de echt lokale problemen, over onze gemeenteraad, de supergroei van ons dorp met haar eigen problemen, enzovoort. Enerzijds omdat wij gewoon in een prachtig dorp wonen en je dus gauw vervalt in onheus geklaag. Anderzijds omdat het me, eerlijk gezegd…, gewoon niet zo boeit.

Nee, ik schreef vooral over ‘klein leed’. Of liever: persoonlijke ervaringen. En ik geloof dat ik dat, als ik weer mocht beginnen, weer zou doen. Dat komt hierdoor: ik geloof dat het ware leven het ‘kleine’ leven is: je liefde en liefdesverdriet, de geboorte van je kinderen, je carrière met zijn ups en downs, je rouw en je verlieservaringen. Laten anderen maar over ‘grote’ dingen schrijven. Van Jezus heb ik geleerd dat wij helemaal niet weten wat ‘groot’ en wat ‘klein’ is. Als hij op een gegeven moment gezalfd wordt door een onbekende en dubieuze vrouw, dan zegt hij: ‘Tot háár gedachtenis zal gesproken worden, want zij heeft veel liefgehad’. Ooit zullen de macho-mannen met hun bommen en granaten totaal vergeten zijn, maar jij met je sores, je kleine overwinningen en je oprechte barmhartigheid, jij niet. Kortom, beste lezer: ik heb u een hart onder de riem willen steken. Laat je de kop niet gek maken. Als je zoiets uit mijn columns hebt opgepakt, ben ik blij.

Hè, heeft ie het alweer over Jezus, denken sommigen nu ongetwijfeld. Jazeker, je bent dominee of je bent het niet, toch? Nou… die associaties met de bijbel, die er inderdaad geregeld waren, verbind ik zelf niet met mijn predikantschap maar met mijn geloof (en er zijn gelukkig meer gelovigen dan dominees!). Als ik aan onze dagelijkse sores en vreugden denk ik, dan valt mij gemakkelijk Jezus te binnen, ja. Hij had een broertje dood aan politiek en filosofie, maar kwam graag op bruiloften en begrafenissen, om blij te zijn met de blijden en te wenen met de wenenden. Als je iets van die intentie hebt gemerkt, ben ik nog blijer.

Uit de krant