
Wie het laatst remt, heeft voorrang
Algemeen 31 keer gelezenVerkeer wordt veiliger als je alle regels weghaalt. Dat noemen we shared space. Een fascinerende theorie, vermoedelijk bedacht door iemand die nooit met een rollator over een plein hoefde. In Waddinxveen testen we die theorie dagelijks op het Gouweplein.
Het idee komt uit Nederland, natuurlijk. Een verkeerskundige bedacht ooit dat borden, strepen en stoplichten ons lui maken. Weg ermee. Dan worden we vanzelf weer beschaafde mensen. In Drachten werkte het. In Waddinxveen kijken we elkaar aan over de motorkap.
Shared space, in begrijpelijke taal. Geruststellend, vooral voor de brugklassers van de middelbare school aan het plein. Zij worden geacht het concept te begrijpen. Niet alleen verkeerskundig, maar ook taalkundig. Voorrang te verlenen waar dat niet hoeft. En intussen te beseffen dat ze zich in een gedeelde ruimte bevinden. In het Engels. Want alles klinkt slimmer in het Engels.
Wat ze niet weten: onder hun voeten liggen 1.200 parkeerplaatsen. Gratis. De keitjes zijn een glazuurlaagje op een autokathedraal. Een bedevaartsoord voor mensen die gratis willen parkeren en daarna verbaasd zijn dat er auto’s rijden. En die kathedraal heeft een uitgang. Recht het plein op. De automobilist rijdt de garage uit, ogen nog wennend aan het licht, en moet binnen drie meter oogcontact maken met een twaalfjarige op een fiets.
Er staat een betonnen zitgroep in het plantsoen naast het plein. Uitzicht op het verkeer. Een tribune voor de chaos. Mooi bedacht, ware het niet dat de stoelen na elke regenbui in zitbaden veranderen. De ontwerper dacht aan alles. Behalve aan het weer.
In theorie is iedereen op het plein gelijk. Voetganger, fietser, automobilist, bezorger op de scooter. In de praktijk geldt een andere regel, ooit door een wijs man samengevat: wie het laatst remt, heeft voorrang. De SUV wint van de Fiat Panda. De Panda van de fietser. De fietser van de moeder met kinderwagen. En onderaan de voedselketen: de brugklasser van wie de prefrontale cortex pas rond zijn 25e af is.
Binnenkort wordt het nog leuker. De gemeente schrijft op haar website: “Op een deel van de shared space ruimte komen ongeveer 170 woningen.” Tot zover de gedeelde ruimte. Shared space blijkt, net als veel idealen, verrassend flexibel zodra er appartementen verkocht kunnen worden. De straat is van ons. Tenzij de gemeente er liever koopappartementen op zet.
Misschien is het tijd voor een nieuw experiment. Van shared space naar normal space. Met borden. Strepen. Een stoplicht desnoods. Een straat is geen filosofie. Een straat is een afspraak tussen vreemden die elkaar nooit zullen spreken.
Voor zo’n afspraak hebben we geen Engelse term nodig. Het heet geen shared space. Onze (groot)ouders noemden het gewoon een straat.













