
The Jolly Duck is meer dan de inval
Historie 988 keer gelezenZevenhuizen - Aan de rand van natuurreservaat Koornmolengat ligt jachthuis en rijksmonument The Jolly Duck. Het werd gebouwd in 1920 als jachtverblijf voor de familie Van Romunde uit Den Haag en hield die functie tot het in 1962 werd verkocht aan de familie Huldy. Tegenwoordig is het permanent in gebruik als woonhuis van de familie De Witte. In de ruim honderdjarige geschiedenis van het jachthuis, is er veel gebeurd. Van aangename jachtfeestjes tot de fatale inval eind april 1945 waarbij verzetsstrijders Jacob van Rij en ondergedoken boordschutter John McCormick omkwamen. De huidige bewoners doen er alles aan het huis zo puur mogelijk te houden. “De beste manier om een huis voor de toekomst te bewaren, is door erin te wonen.”
Door Robbert Roos
De woning was een prefab bouwpakket uit Silezië zoals die door de Duitse firma Christoph & Unmack in de jaren 20 naar ons land werden geëxporteerd. Ook voor die tijd al revolutionair. Het grootste deel is nog in originele staat. De huidige bewoners zijn Daniël de Witte en Gertrude De Witte-Nagel en hun twee zoons Joel en Nathan. “Toen we hier in mei 2019 kwamen wonen, was mijn jongste zoon zeven jaar”, vertelt De Witte. “Even oud als Jaap van Rij, zoon van wachtmeester Jacob van Rij die bij de inval van de Duitsers het leven liet.”
Zoetermeer
Dat verhaal begint in Zoetermeer, waar Jacob Leendert van Rij wachtmeester en ondercommandant van het verzet was. Toen het Zoetermeerse verzet door zwarthandelaar ‘Zwarte Han’ werd verraden moesten opperwachtmeester Van Rij en commandant Joop Kentgens onderduiken. Op 16 februari 1945 ontving Van Rij de sleutel van jachthuis The Jolly Duck van Max Nebbeling, gemeenteveldwachter in Zevenhuizen. Een dag later namen leden van het Zoetermeerse verzet hier hun intrek. Tien dagen later werd de Amerikaan John McCormick ontdekt in een hooiberg van de familie Dogterom aan de Zegwaartseweg in Zoetermeer. McCormick was een van de negen bemanningsleden die met hun B-24 Liberator een succesvolle noodlanding maakten in de Geerpolder op de grens van Zoetermeer en Zoeterwoude. De groep splitste zich op en McCormick besloot alleen te vluchten. Na zijn ontdekking werd ook hij ondergebracht in het jachthuis waar hij zich aansloot bij het verzet. Op 12 april werden nog zes Engelse vliegers in het jachthuis ondergebracht die met hun Stirling waren neergestort bij Nieuwerkerk aan den IJssel.
Vuurgevecht
Toen in de pers verscheen dat zondagmiddag 29 april 1945 een ‘Godsvrede’ was getekend door de Binnenlandse Strijdkrachten (BS), het verzet en de Duitsers, leek de oorlog voor de onderduikers in het jachthuis bijna voorbij. Op die bewuste middag waren Joop Kentgens, Alie en Jacob van Rij en hun zoontje Jaap, Joop Havenaar, Mance van Romunde, L. de Milly, John McCormick en de zes Engelse vliegers in het jachthuis aanwezig, toen Oberfeldwebel Ludwig Schmitt met 23 manschappen de Rotte overstak. Hij wilde de mensen in het jachthuis arresteren, ondanks de ‘Godsvrede’ die die dag besloten was. Zover kwam het echter niet. Kentgens zag hem aankomen en waarschuwde iedereen. Al snel werd een granaat naar binnen gegooid en ontstond een vuurgevecht dat bijna twee uur duurde. Bij dat gevecht raakten Alie van Rij en Joop Kentgens gewond en werden John McCormick en later ook Jacob van Rij doodgeschoten. Ook 15 van de 23 Turkmenen – in dienst van de Duitsers – kwamen bij het gevecht om.
Van die bewuste dag is - op een enkele kogel in een van de balken in de keuken na - weinig meer terug te vinden. Een bloedvlek van een gevangene met een schotwond in zijn voet op zolder is met het verstrijken der jaren volledig vervaagd en een houten paneel met inscripties van de verzetsleden is geschonken aan het museum in Zoetermeer. Het bord met de naam The Jolly Duck is veilig opgeborgen en zo beschermd tegen weersinvloeden. De verhalen van toen leven voort op de website over The Jolly Duck en John McCormick van Maarten Havinga uit Zoetermeer en in de boeken over de oorlog van onder andere Zevenhuizenaar Bram Veerman, Jaap van Rij en diverse anderen.
Doorkijkjes
De huidige bewoners van het jachthuis doen er veel aan om de historie van deze bijzondere plek levend te houden. Het huis is geschilderd in de kleuren van toen en veranderingen die in het verleden zijn gedaan worden waar mogelijk teruggebracht in originele staat. Dat levert soms tweestrijd op. "Het toilet zit op de plek van de originele voordeur, dat zou ik graag veranderen", licht De Witte toe. "Maar je moet soms ook praktisch denken, gasten moeten wel naar het toilet kunnen." Gelukkig is over de meeste zaken geen twijfel. "Het enkelglas laten we zitten en we passen ook geen extra isolatie toe. Dan moet je efficiënt stoken en rekening houden met het geluid." Dat levert ook voordelen op. "In het voorjaar en de zomer hier wakker worden is echt een feest met al die vogelgeluiden." Ook in de avonduren geniet het gezin als ze bijvoorbeeld de roep van een uil in de tuin horen. Momenten die ze voor geen goud zouden willen missen. “Mensen zijn nog steeds geïnteresseerd in het jachthuis”, weet De Witte. “Volwassenen die de verhalen kennen, maar ook kinderen uit de buurt die hun werkstuk eraan willen wijden. Daarom hebben we verschillende doorkijkjes gemaakt zodat het huis vanaf de buitenkant goed te zien is, terwijl er voor ons genoeg privacy overblijft om ook in de tuin te kunnen zitten.”
Verduurzaming
De Witte is architect en oprichter/eigenaar van iLINQ, een bedrijf dat hij in 2014 oprichtte om de wereld op duurzame wijze te ontwikkelen. “Door verbinding te leggen tussen talenten, kennis en initiatieven, ontwikkelen we oplossingen voor verduurzaming. Die bijzondere initiatieven en projecten ontwikkelen we zelf of ter ondersteuning van andere organisaties.” In het jachthuis doet hij onderzoek naar duurzaamheid, nieuwe strategieën voor het verduurzamen van rijksmonumenten en natuurinclusiviteit. “Verschillende sensoren genereren data over hoe het jachthuis presteert onder verschillende klimaatomstandigheden”, licht hij toe. “Daarnaast testen we hier innovatieve, biobased isolatiematerialen en kijken we hoe we vorm kunnen geven aan klimaatadaptiviteit en waterbeheer zonder grote impact op het monument.” Ook wordt onderzoek gedaan naar de zelfvoorzienendheid van het jachthuis en worden natuurinclusieve systemen toegepast, zoals bijenhotels die zijn gemaakt van geoogste materialen, composthopen en wormenhotels, wildwallen, moestuinprincipes en nestvoorzieningen. Speciale beplanting die aantrekkelijk is voor bijen en vlinders zorgt zo voor meer biodiversiteit. De oude fruitbomen die zijn geplaatst passen goed bij de omgeving.
Hobby
Omdat educatie en voorlichting belangrijk zijn voor Daniel de Witte, stelt hij het jachthuis open tijdens open monumentendag, en - op afspraak - ook voor studenten, leden van stichting Oud Zevenhuizen Moerkapelle en andere belangstellenden. "Bij elke bezichtiging en rondleiding willen we het hele huis aan kant hebben. Dat is soms best een uitdaging in een huis waar je ook gewoon leeft”, vertelt De Witte. Toch hebben hij en zijn gezin dat er graag voor over. "Een huis als dit vraagt veel onderhoud om het in stand te houden. Daar hebben we inmiddels onze hobby van gemaakt. Het is een bijzondere woning met bijzondere details zoals de wapenkasten en de grote open haard, waar jachtfeestjes zijn gehouden en kersenjenever werd gestookt. De eerste vormen van recreatie in het gebied rond de Rotte. Ook de link met bekende namen als de Belgische ontwerper en architect Henry Van der Velde en de familie Kröller-Müller is bijzonder. Het jachthuis is zoveel meer dan alleen het verhaal van de inval.”
Vlakbij het jachthuis, op de hoek van de Tweemanspolder, staat het monument ‘Spiegeling naar de toekomst’ dat is opgericht ter nagedachtenis aan de inval op 29 april 1945. Het monument is een initiatief van enkele privépersonen, later ondergebracht in de Stichting John E. McCormick Foundation. Het monument werd onthuld op 21 april 1995 door de Amerikaanse consul-generaal J.W. Shearburn. Op deze plek vindt jaarlijks een herdenking plaats.














