
Voeten in het water
ColumnHet is zomer in Nederland. De mussen vallen nog net niet van het dak, maar ze zitten wel opvallend passief onder de dakgoot te hijgen. In mijn achtertuin staat een zwembadje – het soort dat je op een onbewaakt moment bij de supermarkt koopt omdat het ‘zo leuk is voor de kinderen’, terwijl je zelf de eerste bent die er met opgetrokken knieën in plonst zodra de thermometer de dertig aantikt. Naast me dobbert een plastic krokodil. Hij kijkt tevreden. Misschien is hij de enige.
Want ja, daar zijn we weer: de wereld staat in brand. Letterlijk, op sommige plekken. Klimaatrapporten klinken inmiddels als sciencefiction die niemand meer wil lezen, behalve misschien ministeries zonder portefeuille. Er is oorlog hier en oorlog daar, en opnieuw is het kabinet gevallen. Aan beide kanten van de wereld regeren mannen (niet-plastic krokodillen) die al lang met pensioen hadden moeten zijn, die het beter bij golfen en pierebaden kunnen houden. En in Israël regeert iemand die me soms meer doet denken aan de openingszin van de Ilias - ‘Muze, bezing me de wrok van Achilles’ - dan aan de openingszin van de Thora. Het heidendom keert terug, en de verheerlijking van testosteron.
Toch zit ik hier. Voeten in het water, cornetto in de hand, zoon op krokodil. Ik mis mijn pet, verloren in een Romeinse metro, en vrees de gevolgen van de zon voor mijn schedel. Ik denk aan mijn christelijke collega, die meeliep met de 150.000 voor Gaza, en aan mijn joodse collega, die zich afvraagt hoe lang er in Nederland nog openlijk plaats is voor joden. Soms zou ik willen dat ik me kon overgeven aan de bullshit-job van mijn kennis: ‘helende ademcoaching’. Beetje praten, ademen, en geld opstrijken, en verder nooit ergens aan denken.
Maar goed, ik heb een pierebadje. De lucht ruikt naar zonnebrand en iets dat verdacht veel lijkt op een barbecue die iemand vergeten is uit te zetten. De kinderen gillen van plezier of verbranding – moeilijk te zeggen – en de krokodil drijft rustig door, onbewogen door de geopolitiek. Soms denk ik: hij heeft het begrepen. Gewoon blijven drijven. Niet te veel spartelen. Dat helpt zelden.
Ergens wringt het. De luxe om in een zwembadje te zitten en te mopperen op de staat van de wereld ís een luxe. Maar misschien is het ook wat de menselijke soort doet, al sinds de oertijd: we maken vuur, we delen verhalen, we klagen over onze leiders, en we proberen het hoofd boven water te houden.
Misschien lossen we het allemaal niet vandaag op. Maar we lachen wel even, we koelen af, we likken aan een ijsje, en we weten weer: er is nog menselijkheid. Zelfs al drijft die soms op een plastic krokodil.













