
Kraaijestein: ‘Macht terug naar de raad’
Algemeen 1.166 keer gelezenWaddinxveen - Zijn passie, bevlogenheid en recht-voor-zijn-raap-aanpak zullen in de gemeenteraad gemist worden. Martin Kraaijestein drukte over twee periodes - met een lange tussenpoos - een stevig stempel op de Waddinxveense politiek. De komende tijd kijkt hij vanaf de zijlijn toe.
Door Erik van Leeuwen
Kraaijestein (80) stond bij GroenLinks-PvdA als tweede op de kieslijst, maar keert door de kwestie-Sattaur niet terug in de raad. Zoals bij veel onderwerpen is hij uitgesproken over de affaire die zijn partij sinds de verkiezingen in de greep houdt. “Raiza Sattaur is onbetrouwbaar”, doelt hij op de afspraken die door de partij voorafgaand aan de verkiezingen zijn gemaakt over zetelverdeling en voorkeurstemmen.
Kraaijestein: “Persoonlijk gaat het mij niet om die zetel. Maar ik had Nikki ten Zijthoff iemand gegund die haar had kunnen ondersteunen. Jitse Macdaniel had dat ook prima gekund, alleen wilde hij niet de raad in.” Dat Kraaijestein zelf weer hoog op de lijst kwam (als de nummer 2, red.) had volgens hem te maken met de aanwezigheid van Raiza Sattaur. “Ik heb altijd gezegd dat ik haar niet klaar vind voor raadswerk. Ja, ze is drie jaar onafhankelijk raadslid geweest, maar haar aandeel was zeer gering. Ik heb haar niet kunnen betrappen op enige verdieping.”
Hij was zelf amper 36 jaar oud toen hij in Waddinxveen wethouder werd namens de PvdA. Hij was dat acht jaar, van 1982 tot en met 1990. Dat was volgens hem een hele andere tijd. “Ik herinner me dat erfpacht toen erg speelde. Ik heb zelf nooit Ruimtelijke Ordening gedaan, maar als mijn collega-wethouder van de VVD spreekuur had, zaten er veertig mensen te wachten die graag een huis wilden. De verdeling van sociale woningen werd toen nog door de gemeente gedaan.”
De PvdA kreeg bij de verkiezingen in 1986 vijf zetels. “Er was toen nog een monistisch systeem. Als wethouder maakte je ook deel uit van de raad.” In 1990 verdween Kraaijestein van het politieke toneel. Hij was actief als voorzitter van de voorloper van Stichting Vonk en van het Historisch Genootschap. Hij schreef ook enkele boeken. Zijn laatste professionele baan was docent op de Erasmus Universiteit waar hij onder andere bestuurskunde doceerde.
Kraaijestein kwam weer in beeld bij de Waddinxveense politiek toen hij werd gevraagd als formateur bij de coalitie van GroenLinks-PvdA, D66, Weerbaar Waddinxveen en de VVD. Voor het eerst kreeg Waddinxveen een gemeentebestuur zonder een confessionele partij. Henry ten Zijthoff, namens GroenLinks-PvdA wethouder, stopte al na ruim een jaar. Kraaijestein werd zijn opvolger, maar liet naar eigen zeggen het college klappen na problemen met wethouder Atzema (VVD). “Het was duidelijk dat wij niet samen door één deur konden.”
Vervolgens was hij nog bijna zeven jaar raadslid. Een periode waarin hij met passie en bevlogenheid opkwam voor de belangen van de ‘kwetsbare’ Waddinxveners. Dat hij zijn laatste vragen een paar uur voor de installatie van de nieuwe raad aan het college stelde over communicatie van regelingen voor minima, vindt hij heel normaal. “Ik vind dat er een actievere houding moet komen.” Hij vindt ook dat de invloed van de gemeenteraad de afgelopen tien jaar flink is afgenomen. “De raad mag pas wat vinden als een plan al klaar is.” Dat moet volgens hem veranderen. “De raad moet juist vooraf worden betrokken bij een plan. Dan kan het ook kaders stellen. De macht moet weer terug naar de raad.”
Ook na zijn vertrek uit de raad is hij van plan zich te blijven bemoeien met zijn partij en de politiek. “Als ze me nodig hebben voor een commissie dan ben ik beschikbaar.”













