Herdenking: verwondering over het leven
Op deze vierde mei wil ik het met jullie hebben over verwondering en verbazing. Vijf minuutjes maar. Dat is natuurlijk veel te kort voor een bezinning op verwondering. Verwondering is iets dat je moet leren, liefst als kind al. Als het niet komt, denk je op een gegeven moment dat de wereld er is om te gebruiken. Dat zelfs je naaste er is om te gebruiken. Maar dat zijn ze niet. Wereld en mensen zijn je gegeven om je te leren verwonderen.
Misschien vind je het een ongepast thema voor de vierde mei. Moeten we het vanavond niet hebben over dood en rouw, gemis en pijn, en morgen over vrijheid? Misschien toch niet. Want echt verwonderen doen wij ons alleen over uitersten. Je boterham of schaaltje yoghurt vanmorgen was waarschijnlijk prima, maar echt verwonderd was je niet. De eerste aardbeien of asperges van het jaar deden je misschien al iets meer versteld staan. Maar totale verbazing overvalt ons alleen bij het heel mooie en het heel lelijke. Dat veel te jong gestorven mensenkind. Maar ook die onbeschrijfelijke eerste kus.
We verwonderen ons diep alleen bij schoonheid en verschrikking. Verbijstering is de keerzijde van verwondering. Dat velen zich nog verbijsteren over de bommen in het Midden-Oosten en Oekraïne, is daarom een goed teken. Een teken dat we nog mensen zijn. Dat andere mensen voor ons nog geen dingen zijn geworden die je zomaar gebruiken kunt.
Mag ik zeggen dat we in een oppervlakkige tijd leven? Misschien verwacht je het zelfs van een dominee. Maar wat doen we zelf om van die oppervlakkigheid af te komen? Om terug te keren naar de diepere gronden van het bestaan, waar nog resten van verwondering en verbijstering leven?
We zijn zo meteen twee minuten stil. Gebruik die stilte als een experiment. Onderzoek hoe vatbaar je nog bent voor pijn en verbijstering. Of het lukt om geraakt te worden door de pijn van vroeger en van anderen: de pijn van Auschwitz, van mensen die stierven in het verzet, van al het andere oorlogsleed. De pijn van een ander echt voelen is niet gemakkelijk. Nog moeilijker is het toelaten dat ook wij mensen zijn zoals de kampbeulen van Auschwitz mensen waren. Dat het blijkbaar kan gebeuren dat de verwondering over het leven zo verdwijnt, dat het leven van de ander niets meer waard lijkt.
Etty Hillesum, die als Jodin in de oorlog veel te dragen kreeg, schreef: “En nu voel ik hoeveel het is geweest dat Jij me te dragen hebt gegeven, mijn God. Zoveel moois én zoveel moeilijks. Het moeilijke is, zodra ik me bereid toonde het te dragen, altijd weer veranderd in iets moois. En het mooie en het grote was soms nog zwaarder te dragen dan het lijden, omdat het zo overweldigend was.”
Het leven is overweldigend. Probeer het te voelen. Dan kom je bij de pijn, maar ook bij de verrukking en de verbazing: jij mag leven. En de ander ook. (Ingekorte versie van de toespraak op 4 mei bij het monument)