De trouwerij

Binnenkort mag ik voor de laatste keer hier in Waddinxveen een huwelijk inzegenen. Ik ken collega’s die het niet zo graag doen. Liever een begrafenis, zeggen zij. Zij laten zich blijkbaar inspireren door de Prediker (een bijbelschrijver) die zei: “Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen.” Dat laatste klopt natuurlijk, maar ik houd mij toch liever aan Jezus, die zijn publieke optreden begon op een boerenbruiloft, waar hij water in wijn veranderde, zodat de gasten konden blijven drinken. Het leven is hard genoeg, de vreugdevolle onderbreking is juist iets dat de goede God ons geven wil. We eindigen in het knekelhuis, we hoeven ons er niet naartoe te haasten.

Geef mij maar zo’n lekker naïef jong stelletje, met verliefde ogen. Zeker, nu ik het als enigszins gevorderde bekijk, zijn het in mijn ogen vaak ‘kindhuwelijken’. Als je 23 bent (zo oud was ik toen ik trouwde) denk je dat je al aardig volwassen bent, maar als je het dubbele getal hebt bereikt, kijk je daar toch wat anders op terug. ‘Wat waren we nog jong! Kinderen gewoon!’

Maar die jonkheid gaf je nu juist de moed, de energie, het geloof en de liefde om gewoon maar te starten aan dat leven samen en dat gezin. Dat is prachtig. Als we van tevoren zouden weten wat ons leven allemaal zou brengen, zouden velen van ons helemaal niet met leven beginnen. Maar we weten het niet, dat is nu juist het aardige, dat is een zegen. De gezegende onwetendheid geeft ons de mogelijkheid om ons gewoon maar in het leven te werpen.

Susan Smit, de heks, heeft dat aspect van het leven goed begrepen. Zij schrijft - in ‘De wijsheid van de heks’ - dat je bij een persoon een sterke reactie kunt ervaren, en dan: “Als je ziel een aanmoedigende trilling afgeeft en je hart sneller doet kloppen, is dat het signaal om erin te duiken. Je weet niet waarom, je weet ook niet of het zoet of pijnlijk zal zijn, alleen dat het nuttig zal zijn.”

Vanuit het christelijk geloof zou ik dit citaat tot de bodem kunnen afkraken, want het huwelijk gaat juist over trouw, en dus over het afleren om zomaar elke ‘trilling’ te volgen. Maar: zo mag en moet duurzame liefde wel beginnen. Het begint met een trilling en dan, inderdaad, moet je erin duiken, ook al weet je niet wat zal volgen en of het zoet of pijnlijk zal zijn. Je moet dúrven leven.

Ik maak me er zorgen om dat we dat minder goed lijken te kunnen dan vroeger. We lijden allemaal aan de verzekeringsziekte. Eerst moet dit en dit en dit en dit dichtgetimmerd, zeker gesteld zijn – en dán, dan wil ik me misschien overgeven.

Nee, het ware leven begínt met overgave. Eerst de trilling, dan de sprong, en daarná het denken. Leve de verliefde stelletjes, zowel in hun verliefdheid als in hun trouw.