Afbeelding

Oorlogswonder in Nieuwerkerkse pastorie

Vergeleken met gereformeerd Zevenhuizen lijkt er van gereformeerd Nieuwerkerk weinig úiterlijks over. Men ging op in de protestantse gemeente en kerkt in de Ringvaartkerk. Onder andere de eerste steen van hun oude komkommerkerk kreeg de Oudheidkamer. Het Ontmoetingscentrum van 1970 werd een danscentrum. Het orgel daaruit wordt op 20 maart in gebruik genomen in de hervormde Nieuwe Kerk.

Op het streekarchief wordt het kerkarchief bewaard. Ook is er een gereformeerd jubileumboek 'Tekens in de tijd'. Dat jubileumboek dateert van 1989, want Nieuwerkerks doleantie was van 1889. De titelpagina citeert als bijbeltekst Prediker 7 vers 10: 'Zeg niet: Hoe komt het dat de vroegere tijden beter waren dan deze? Want niet uit wijsheid zoudt gij aldus vragen.' Nieuwerkerkse gereformeerden van 1989 waren de schrijvers, maar ook werden herinneringen opgehaald door vroegere voorgangers (ook wel: 'voorbijgangers'). Eén van de oud-bewoners van de pastorie van Kerklaan 44 was dominee A. Keyser. Hij 'stond' van 1944 tot 1946 in Nieuwerkerk, zoals dat heette. ('Bovenin het huis had de familie Keyser onderduikers, terwijl in de kelder Duitsers ingekwartierd waren', aldus het jubileumboek.)
Het echtpaar Keyser had een baby. Op een dag kwam er een vrouw uit Rotterdam langs met twee kinderen naast de kinderwagen en één erin. Ze zagen scheel van de honger. Dominee Keyser in het jubileumboek: ''Vrouw', zei ik, 'maak pap voor die mensen klaar.' 'Jamaar', zei ze, 'dan kom ik voeding te kort voor Daantje!' Nooit zal ik vergeten hoe die vrouw en die kinderen op de pap afvlogen! In bar weer bracht ik ze een eind weg, naar Moordrecht. Toen ik thuiskwam, was mijn vrouw ontroerd. 'Je was net weg', zei ze, 'toen er een boerin op de stoep stond.' Haar man werd later naar de kaarsenfabriek in Gouda gebracht. (Daar werden na de oorlog de NSB'ers verzameld.) Die vrouw kwam nooit bij ons. 'Mevrouw', zei ze, 'ik werd gedwongen. Ik moest u het een en ander brengen.' Daarop zette ze een kan melk op de tafel en nog veel meer. Toen hebben we samen gedankt en gehuild. Bange tijden zijn vaak rijke tijden. Tijden van wonderlijke uitreddingen èn van dicht bij de Here leven!', aldus die gereformeerde dominee van 75 jaar in 1989.

Hij herinnerde zich meer. Zo'n zin is: 'Een slechtere start kan een beginnend predikant zich niet denken: een gemeente waarvan hele delen onder water werden gezet.' Dat slaat op de Duitse inundaties, waarover de Oudheidkamer een wisselexpositie heeft onder de titel 'Een Duitse waterlinie'.

Dat dominee Keyser zo snel vertrok had trouwens met zijn gezondheid te maken. Bronchitisaanvallen noopten Keyser om een beroep naar Zwartebroek op de Veluwe aan te nemen. In de naast de pastorie gelegen komkommerkerk, waarvoor zijn voorganger Dalhuysen in 1912 de eerste steen legde, had hij van 1944-1946 een spannende tijd meegemaakt. Materieel hadden tuinders het toen goed: in 1944 werd er al veel geld opgehaald voor een nieuw Van Leeuwenorgel, dat er pas in 1948 kwam.

Spannend was de oorsprong van de bijnaam van die kerk ook. Veel gereformeerden werkten geknield in tuinderijen met platglas. ('Kijk meer omhóóg', zeiden hun dominees.) In 1911 werd er gigantisch verdiend aan komkommers, waardoor een kerkcollecte van september veel opleverde. Een week later brak er een noodweer los, dat duizenden platglasramen vernielde. De tuinders waren bedroefd en beproefd, maar de kerk kwam er. Bij de opening in 1912 moeten er zelfs komkommers aan het torentje hebben gehangen. Juffrouw Parmentier gaf de voorlezersbijbel en zette dat voorin. De Oudheidkamer verwierf deze bijbel in 2019.

Afbeelding